Full resolution (JPEG)
- On this page / på denna sida
- Inleiding: De Ingmarsens
- IV
<< prev. page << föreg. sida << >> nästa sida >> next page >>
Below is the raw OCR text
from the above scanned image.
Do you see an error? Proofread the page now!
Här nedan syns maskintolkade texten från faksimilbilden ovan.
Ser du något fel? Korrekturläs sidan nu!
This page has never been proofread.
/ Denna sida har aldrig korrekturlästs.
40
moed. Ze wou hem niet opnieuw verdriet doen. Zou hij
dan niet eindelijk wezenlijk . . .
Ze bleven dien nacht in de herberg ; maar vertrokken
vroeg en waren zoo ver, dat ze tegen tien uur de kerk
van hun dorp weerzagen. Toen ze er voorbijreden,
was de weg, die van de dorpsstraat naar de kerk liep,
vol menschen, en de klokken luidden.
„Goeie hemel, 't is Zondag," zei Brita en vouwde
onwillekeurig de handen. Ze vergat al het andere voor
de gedachte, dat ze zoo graag naar de kerk rijden en
God danken zou. Ze wilde het nieuwe leven, dat ze nu
beginnen zou, inwijden met een godsdienstoefening in
de oude kerk.
„Ik zou zoo graag naar de kerk gaan," zei ze tegen
Ingmar. Op dat oogenblik dacht ze er in 't geheel niet
aan, dat het hem zwaar kon vallen zich daar met haar
te vertoonen ; ze voelde niets dan vroomheid en dank-
baarheid.
Ingmar was op 't punt van kortaf „neen" te zeggen :
hij meende den moed niet te hebben al die nieuwsgierige
blikken en scherpe tongen te verdragen. Maar „'t moet
toch eens gebeuren," dacht hij en reed den kerkweg op,
„en dan is 't even erg."
Toen ze den kerkheuvel opreden, zaten daar een massa
menschen, die op 't begin der godsdienstoefening
wachtten. Ze zaten op den steenen wal om 't kerkhof en
keken naar allen, die aankwamen. Toen ze Ingmar en
Brita, herkenden, begonnen ze te fluisteren, elkaar aan
<< prev. page << föreg. sida << >> nästa sida >> next page >>
Project Runeberg, Mon Feb 23 20:22:06 2026
(aronsson)
(download)
<< Previous
Next >>
https://runeberg.org/jeruzalem/1/0052.html