Full resolution (JPEG)
- On this page / på denna sida
- I
- De wilde jacht
<< prev. page << föreg. sida << >> nästa sida >> next page >>
Below is the raw OCR text
from the above scanned image.
Do you see an error? Proofread the page now!
Här nedan syns maskintolkade texten från faksimilbilden ovan.
Ser du något fel? Korrekturläs sidan nu!
This page has never been proofread.
/ Denna sida har aldrig korrekturlästs.
I 33
De loofboomen meenden in hun verlegenheid, dat
allen den gek met hen staken. De hommels kwamen
aansnorren en hoonden hen, de eksters lachten ze uit
en de andere vogels zongen spotliederen. „Waar zullen
we toch wat vinden om ons te kleeden ?" dachten de
boomen in wanhoop. Maar ze bezaten niet één beschuttend
blad op tak of twijg, en hun angst werd zoo groot,
dat ze er wakker van werden.
Toen ze om zich heen alles nog in rust vonden,
dachten ze dadelijk : „Goddank, dat het maar een
droom was. Hier is het nog geen zomer. 't Is maar
goed, dat we ons niet verslapen hebben."
Maar toen ze beter uitkeken, zagen ze, dat de meren
al open waren. Riet en gras begon uit den grond te
komen, en 't sap stroomde en schuimde al onder hun
eigen schors. „Lente is het toch, al is 't nog geen
zomer," zeiden de loofboomen. „'t Is maar goed, dat
we wakker werden. Nu hebben we genoeg geslapen
van 't jaar, nu moeten we voor onze kleeren zorgen."
En toen hadden de berken in groote haast, kleine,
groen-gele, dartele blaadjes uitgestuurd, terwijl de ahorn
zich enkel met groote bloemen tooide. De bladen van
de elzen kwamen zoo weinig afgewerkt en gekreukeld voor
den dag, dat ze wel gebrekkige kindertjes leken, maar
de wilgebladen gleden slank en welgeschapen uit hun
hulzen van 't eerste oogenblik af ... .
Gertrud liep stil te lachen, terwijl ze over dit alles
dacht. Ze wou maar, dat ze met Ingmar alleen geweest
<< prev. page << föreg. sida << >> nästa sida >> next page >>
Project Runeberg, Mon Feb 23 20:22:06 2026
(aronsson)
(download)
<< Previous
Next >>
https://runeberg.org/jeruzalem/1/0145.html