Full resolution (JPEG)
- On this page / på denna sida
- II
- De ondergang van de „Univers”
<< prev. page << föreg. sida << >> nästa sida >> next page >>
Below is the raw OCR text
from the above scanned image.
Do you see an error? Proofread the page now!
Här nedan syns maskintolkade texten från faksimilbilden ovan.
Ser du något fel? Korrekturläs sidan nu!
This page has never been proofread.
/ Denna sida har aldrig korrekturlästs.
21 7
aankwamen met brandende kaarsen. Hij boog zich al
verder voorover, om te zien wie er naderde.
De kooien hingen zoo dicht naast elkaar en zoo kort
bij den grond, dat, als iemand door het ruim wilde
komen zonder hen, die lagen te slapen, te stooten of
te klemmen, hij 't best zou doen te kruipen. De oude
zeeman vroeg zich verwonderd af wie dat zijn zouden,
die in staat waren hier den weg te vinden.
Spoedig zag hij ze, 't waren twee kleine koorknapen,
die elk een kaars in de hand hadden. Hij zag duidelijk
hun lange, zwarte mantels en hun kortgeknipte haren.
De zeeman werd in 't geheel niet verbaasd. Hij vond
alleen, dat het heel natuurlijk was, dat zij, die zoo klein
waren, met brandende kaarsen onder de kooien door
konden loopen.
„Ik zou wel eens willen weten of er een priester bij
was," dacht hij. Al gauw hoorde hij het gebengel van
een klein, helder klokje en zag iemand achter hen aan-
komen. Maar dat was geen priester ; het was een oude
vrouw, . die niet veel grooter was dan de koorknapen.
Hij meende de oude vrouw te herkennen. „'t Moet
Moeder zijn," zeide hij. „Ik heb nooit iemand gezien,
die kleiner was dan Moeder. En niemand dan Moeder
kon zoo zacht en stil rondloopen, zonder iemand te
wekken."
Hij zag dat zijn moeder over haar zwarte kleeren
een lang hemd van dunne, witte stof aanhad, met witte
kant afgezet, juist zooals de priesters dragen. In de
<< prev. page << föreg. sida << >> nästa sida >> next page >>
Project Runeberg, Mon Feb 23 20:22:06 2026
(aronsson)
(download)
<< Previous
Next >>
https://runeberg.org/jeruzalem/1/0229.html