Full resolution (JPEG)
- On this page / på denna sida
- II
- De afreis
<< prev. page << föreg. sida << >> nästa sida >> next page >>
Below is the raw OCR text
from the above scanned image.
Do you see an error? Proofread the page now!
Här nedan syns maskintolkade texten från faksimilbilden ovan.
Ser du något fel? Korrekturläs sidan nu!
This page has never been proofread.
/ Denna sida har aldrig korrekturlästs.
335
Toen de lange rij karren en vrachtwagens door de
gemeente trok, zag men niemand gras maaien op het
veld, en niemand had de hooihark opgenomen om naar
't veld te gaan, en 't gemaaide hooi op hoopen te leggen.
Dien morgen rustte 't werk overal, en alle menschen
stonden aan den wegkant te hangen, of kwamen in hun
kerkpakken aanrijden, om een vertrekkende weg te
brengen. Sommigen reden een mijl meê, anderen twee
mijlen, enkelen gingen meê tot aan 't station.
Zoolang de stoet door de gemeente trok, zag men
op den heelen weg maar één man, die werkte en dat
was Hók Matts Eriksson. Hij was niet uitgegaan om
gras te maaien ; dat was voor hem een spelletje ; maar hij
was steenen uit den grond gaan graven, zooals hij in
zijn jeugd deed, toen hij zijn nieuwen akker begon te
ontginnen.
Gabriël Mattson zag zijn vader van den weg af
onder 't voorbijrijden. Hók Matts was buiten in den
tuin en groef steenen op, en legde ze op een steenen
wal. Hij zag niet op, maar sjouwde met zijn steenen,
en sommige waren zoo zwaar, dat Gabriel meende
dat zijn rug breken zou. Dan slingerde hij ze neer op
den steenen wal met zulk een vaart, dat de vonken er
uitsprongen, en de losse kanten afbrokkelden.
Gabriël moest een vrachtwagen mennen, maar 't paard
moest een heele poos zich zelf redden, want Gabriël
liep naar zijn vader te kijken.
De oude Hok Matts werkte en zwoegde. Hij sloofde,
<< prev. page << föreg. sida << >> nästa sida >> next page >>
Project Runeberg, Mon Feb 23 20:22:06 2026
(aronsson)
(download)
<< Previous
Next >>
https://runeberg.org/jeruzalem/1/0347.html