Full resolution (JPEG)
- On this page / på denna sida
- I
- Bo Ingmar Mansson
<< prev. page << föreg. sida << >> nästa sida >> next page >>
Below is the raw OCR text
from the above scanned image.
Do you see an error? Proofread the page now!
Här nedan syns maskintolkade texten från faksimilbilden ovan.
Ser du något fel? Korrekturläs sidan nu!
This page has never been proofread.
/ Denna sida har aldrig korrekturlästs.
46
„Als ik aan boord van de stoomboot kom, krijgt
de reislust misschien op nieuw macht over me,"
dacht hij.
Maar neen dat zou niet gebeuren ; nu wilde hij
voor goed een eind maken aan die verzoeking.
En hij stak de hand in den zak, nam de mooie goud-
stukjes er uit en wierp ze in zee.
Nauwelijks had hij dat gedaan, of Bo voelde een
brandend berouw. Ja, nu kon hij zeggen, dat hij zijn
geluk had vergooid, nu had hij Gertrud voor altijd ver-
loren. Hij wrong de handen zoo sterk, dat ze kraakten,
Toen ze een poos geroeid hadden, kwamen ze een
paar booten tegen, die van de stoomboot kwamen en
vol passagiers waren, die in Jaffa moesten landen.
Bo streek met de hand over de oogen, hij had een
gevoel alsof hij hallucinaties had. 't Was precies alsof een
paar van de kerkbooten, die gewoonlijk thuis op Zondag
over de rivier kwamen aanroeien, hem op die glanzende,
z omerachtige zee tegemoet dreven.
In die lange boot en zaten menschen, die er even
plechtig en ernstig uitzagen als de kerkgangers in zijn
gemeente, als ze aanlegden aan den steiger bij de kerk.
Bo kon er in 't eerst niet uit wijs worden, wat hij zag.
Hij herkende immers al die gezichten.
„Is dat Tims Halfvor niet ?" vroeg hij zich af. „Is
dat Karin Ingmars dochter ? Is dat niet Birger Larsson,
dien ik zoo dikwijls heb zien staan smeden aan den
grooten weg ?"
<< prev. page << föreg. sida << >> nästa sida >> next page >>
Project Runeberg, Mon Feb 23 02:48:19 2026
(aronsson)
(download)
<< Previous
Next >>
https://runeberg.org/jeruzalem/2/0058.html