Full resolution (JPEG)
- On this page / på denna sida
- Inleiding: De Ingmarsens
- I
<< prev. page << föreg. sida << >> nästa sida >> next page >>
Below is the raw OCR text
from the above scanned image.
Do you see an error? Proofread the page now!
Här nedan syns maskintolkade texten från faksimilbilden ovan.
Ser du något fel? Korrekturläs sidan nu!
This page has never been proofread.
/ Denna sida har aldrig korrekturlästs.
1 7
„Heb nog wat geduld, Kleine Ingmar," zegt Vader.
„Dat is een moeilijk geval."
En ik zie hoe al de ouden met gesloten oogen
zitten na te denken. En ik ga weer zitten wachten . . .
en ik wacht nog.
Hij volgde glimlachend zijn ploeg, die nu maar heel
langzaam voortgleed, alsof de paarden behoefte aan
rust hadden. Toen hij aan den kant van den dijk kwam,
trok hij aan de teugels en hield stil. Hij was heel
ernstig geworden.
„'t Is toch wonderlijk. Als je iemand om raad vraagt,
dan voel je zelf wat goed is, terwijl je 't vraagt.
Dan zie je in eens duidelijk voor je, waar je in geen
drie jaar uit wijs hebt kunnen worden. Nu zal het
gaan zooals God wil."
Hij voelde, dat hij het doen moest. En opeens
kwam het hem zóó zwaar voor, dat hij allen moed
verloor als hij er aan dacht. „God ! sta mij bij !"
zei hij.
Intusschen was Ingmar Ingmarsen niet de eenige,
die in den vroegen morgen buiten was. In de verte,
op een pad, dat tusschen de akkers door slingerde,
kwam een oud man aan. Het was niet moeielijk te
raden, wat hij van zijn ambacht was, want hij had een
grooten kwast met roode verf op den schouder en zat
van 't hoofd tot de voeten vol verfvlekken. Hij keek
vaak om zich heen, zooals reizende roodververs doen,
Jeruzalem. 2
<< prev. page << föreg. sida << >> nästa sida >> next page >>
Project Runeberg, Mon Feb 23 20:22:06 2026
(aronsson)
(download)
<< Previous
Next >>
https://runeberg.org/jeruzalem/1/0029.html