Full resolution (JPEG)
- On this page / på denna sida
- Inleiding: De Ingmarsens
- III
<< prev. page << föreg. sida << >> nästa sida >> next page >>
Below is the raw OCR text
from the above scanned image.
Do you see an error? Proofread the page now!
Här nedan syns maskintolkade texten från faksimilbilden ovan.
Ser du något fel? Korrekturläs sidan nu!
This page has never been proofread.
/ Denna sida har aldrig korrekturlästs.
31
„Maar, lieve Hemel ! is dat om er af te springen ?"
zei ik, want ze zag er uit als een die 't leven moe is.
„Ja, " zei ze, „ik zou wel naar beneden willen springen,
als ik maar een berg kon vinden, die hoog en steil
genoeg was. "
„Je moest je schamen ! en dat zooals jij 't hebt. "
„Ja, zie je Kaïsa, ik word slecht."
„Ja, dat geloof ik ook."
„Ik zal nog eens groot kwaad doen. 't Was dus maar
beter dat ik stierf."
„Wat een onzin, kind ! "
„Ja, ik werd slecht, toen ik hierheen kwam. " Zij kwam
op mij toe met groote, woeste oogen, en zei : „Ze
denken er alleen maar over hoe ze me plagen kunnen
en ik denk aan niets anders dan hoe ik hen zal plagen."
„Ach neen, Brita, 't zijn goede menschen."
„Neen, ze denken er alleen over hoe ze me te schande
kunnen maken."
„Heb je ze dat gezegd?"
„Ik spreek nooit met hen, ik bedenk maar hoe ik
hun kwaad kan doen. 'k Heb al gedacht of ik de
hoeve niet in brand kon steken, want ik weet dat hij
veel van 't huis houdt. Of dat ik de koeien vergift
geven zal; ze zijn zoo leelijk en oud en wit om de
oogen, als ze familie van hem zijn."
„Blaffende honden bijten niet," zei ik.
„Iets zal ik hem toch doen," zei ze, „eerder heb ik
geen rust."
<< prev. page << föreg. sida << >> nästa sida >> next page >>
Project Runeberg, Mon Feb 23 20:22:06 2026
(aronsson)
(download)
<< Previous
Next >>
https://runeberg.org/jeruzalem/1/0043.html