Full resolution (JPEG)
- On this page / på denna sida
- I
- Karin Ingmarsdochter
<< prev. page << föreg. sida << >> nästa sida >> next page >>
Below is the raw OCR text
from the above scanned image.
Do you see an error? Proofread the page now!
Här nedan syns maskintolkade texten från faksimilbilden ovan.
Ser du något fel? Korrekturläs sidan nu!
This page has never been proofread.
/ Denna sida har aldrig korrekturlästs.
100
Karin Ingmarsdochter had een plekje waar ze ge-
woonlijk heenging om eens alleen te zijn en over haar
ongeluk na te denken. 't Was een smalle bank achter
de kleine hophaag. Daar placht ze te zitten, ineenge-
doken, den elleboog op de knieën geleund en de kin op
de handen. Zoo zat ze voor zich uit te staren zonder
iets te zien. Toch had ze een wijd uitzicht daar. 't Was
als rolden de velden zich uit van de plaats, waar ze
zat, tot heel aan 't bosch toe, met den stijgenden bergrug
en den Klackberg.
Daar zat Karin op een avond in April. Ze voelde
zich zwak en moedeloos, zooals veel menschen zoo
dikwijls doen in de lente, als de sneeuw verdwijnt,
stoffig en vuil, en 't veld nog niet door den lenteregen
schoongespoeld is. De zon stak warm, maar de noorden-
wind speelde nog om haar heen, want de hop, die daar
schaduw geven moest, was nog niet opgekomen, maar lag
nog in den winterslaap onder het dak van dennetakken.
't Was een scherpe wind. Lapjes, stukjes papier en
dorre grassprietjes stoven rond op de velden. In de
verte boven den berg stond de damp van smeltende
sneeuw, de berken werden bruin aan den top, maar
langs den rand van 't bosch lag nog een hooge sneeuw-
streep. 't Zou nu wel gauw lente worden en Karin
voelde zich meer vermoeid dan ooit, toen zij daaraan
dacht.
Zij meende, dat ze 't nog een zomer niet zou kunnen
uithouden.
<< prev. page << föreg. sida << >> nästa sida >> next page >>
Project Runeberg, Mon Feb 23 20:22:06 2026
(aronsson)
(download)
<< Previous
Next >>
https://runeberg.org/jeruzalem/1/0112.html