Full resolution (JPEG)
- On this page / på denna sida
- II
- Hök Matts Eriksson
<< prev. page << föreg. sida << >> nästa sida >> next page >>
Below is the raw OCR text
from the above scanned image.
Do you see an error? Proofread the page now!
Här nedan syns maskintolkade texten från faksimilbilden ovan.
Ser du något fel? Korrekturläs sidan nu!
This page has never been proofread.
/ Denna sida har aldrig korrekturlästs.
26 5
kalf of een veulen ziet, zou hij willen weten hoe oud
het wel zijn zou. Hij rekent uit hoeveel koeien zij wel
kunnen koopen op de hoeve, die zij voorbijgaaan en
denkt er over wat het veulen wel waard zou zijn, als
't op de markt komt.
De zoon tracht telkens zijn gedachten van dit alles
af te leiden. „Ik denk er aan, dat u en ik door 't dal
van Saron en de woestijn van Judea zullen wandelen,"
zegt hij.
De vader glimlacht en zijn gezicht straalt even.
„Dat zal wel heerlijk zijn," zegt hij, „in 't spoor
van onzen lieven Heer Jezus te wandelen."
Maar oogenblikkelijk daarna worden zijn gedachten
weer geboeid door een paar voer ongebluschte kalk,
die hem te gemoet reden. „O Gabriël," zegt hij, „wie
denk je dat nu kalk heeft laten komen ? De menschen
zeggen, dat alles zoo prachtig groeit na de bemesting met
kalk. Dat zal de moeite waard zijn om te zien in den
herfst."
„In den herfst, Vader ?" zegt de zoon.
„Ja, ik weet 't wel," antwoordt de boer. „In den
herfst zal ik in de hutten Jacobs wonen en in 's Heeren
wijngaard arbeiden."
„ a !" zegt de zoon ; „zoo is het. Amen !"
Zij loopen een poos zwijgend door en zien naar het
lentegroen, dat overal uitbot. 't Water komt op in de
slooten en de weg zelf is geweekt door den lenteregen.
Waar men heenziet, overal is werk, dat gedaan moet
<< prev. page << föreg. sida << >> nästa sida >> next page >>
Project Runeberg, Mon Feb 23 20:22:06 2026
(aronsson)
(download)
<< Previous
Next >>
https://runeberg.org/jeruzalem/1/0277.html