Full resolution (JPEG)
- On this page / på denna sida
- II
- De afreis
<< prev. page << föreg. sida << >> nästa sida >> next page >>
Below is the raw OCR text
from the above scanned image.
Do you see an error? Proofread the page now!
Här nedan syns maskintolkade texten från faksimilbilden ovan.
Ser du något fel? Korrekturläs sidan nu!
This page has never been proofread.
/ Denna sida har aldrig korrekturlästs.
333
is geen geluk meer," dacht ze. „Wel mag ik naar
het heilige land reizen, maar ik vermoord mijn eigen
Moeder."
Toen de lange rij karren en lastwagens eindelijk door
de kerkbuurt in het dal gekomen was, kwamen ze in
een boschje.
Hier merkten de reizigers naar Jeruzalem voor 't
eerst, dat ze vergezeld werden door een paar personen
die ze niet kenden.
Zoolang ze in het dorp geweest waren, hadden zij 't zoo
druk gehad met afscheid te nemen en groeten mee te
geven, dat ze geen tijd gehad hadden de vreemde kar
op te merken, maar in 't Bosch begonnen ze er allen
op te letten.
Nu eens reed ze alle andere karren voorbij tot
vooraan in de rij, dan weer reed ze langzaam en liet
al de andere voorbijrijden. De kar was niet anders
dan een gewone boeren-werkkar, zoo een als dagelijks
bij 't werk gebruikt wordt. Maar juist daarom was 't
onmogelijk te zien aan wien zij hoorde. Niemand kende
het paard.
Dat werd gemend door een ouden man, die heel krom
zat, gerimpelde handen had en een langen witten
baard. Hem kende niemand, dat wist men zeker.
Maar naast hem zat een vrouw, die men vond, dat
er zoo bekend uitzag. Niemand kon haar gezicht zien,
<< prev. page << föreg. sida << >> nästa sida >> next page >>
Project Runeberg, Mon Feb 23 20:22:06 2026
(aronsson)
(download)
<< Previous
Next >>
https://runeberg.org/jeruzalem/1/0345.html