Full resolution (JPEG)
- On this page / på denna sida
- I
- De paradijsbron
<< prev. page << föreg. sida << >> nästa sida >> next page >>
Below is the raw OCR text
from the above scanned image.
Do you see an error? Proofread the page now!
Här nedan syns maskintolkade texten från faksimilbilden ovan.
Ser du något fel? Korrekturläs sidan nu!
This page has never been proofread.
/ Denna sida har aldrig korrekturlästs.
152
scharen, eert morgen, dat alle boomen in hun heerlijksten
tooi stonden. Terwijl hij heenging strooiden amandel-
en abrikozenboomen hun bloesembladen over hem uit.
De lucht was zwoel van balsemgeuren, toen Hiskia
uittrok. En aan 't eind van den berg, toen Hiskia weer
thuis kwam met zijn leger, stonden de boomen daar
nog, en begroetten hem met hun heerlijke geuren.
„Maar Koning Hiskia was dien dag uit geweest om
alle bronnen en stroomen van Jeruzalem, die door 't
land vloeiden, te dempen. En den volgenden dag zag
men geen water meer in de kleine gootjes, die naar
de wortels der boomen liepen.
„En eenige weken later, toen de boomen vrucht
moesten zetten, waren ze machteloos, en zetten maar
heel weinig vruchten ; en toen de bladen uit de knoppen
te voorschijn kwamen, waren ze klein en verschrom-
peld.
„Maar na dien tijd kwamen booze jaren over Jeruzalem,
met oorlog en groote ongelukken. Niemand had tijd
de bronnen te openen en den grooten stroom in zijn
bedding terug te leiden. En zoo stierven de vrucht-
boomen uit op de hoogvlakten om de stad ; enkelen
in de eerste zomerdroogte, anderen in de tweede en
weer anderen in de derde. En om Jeruzalem werd het
land woest, en is dat gebleven tot op den huidigen dag."
Gabriel nam een steen van den grond en begon in
de aarde te boren . „Maar nu is dit de zaak, " ging
hij voort. „Toen de Joden weer uit Babylon kwamen,
<< prev. page << föreg. sida << >> nästa sida >> next page >>
Project Runeberg, Mon Feb 23 02:48:19 2026
(aronsson)
(download)
<< Previous
Next >>
https://runeberg.org/jeruzalem/2/0164.html