Full resolution (JPEG)
- On this page / på denna sida
- I
- De paradijsbron
<< prev. page << föreg. sida << >> nästa sida >> next page >>
Below is the raw OCR text
from the above scanned image.
Do you see an error? Proofread the page now!
Här nedan syns maskintolkade texten från faksimilbilden ovan.
Ser du något fel? Korrekturläs sidan nu!
This page has never been proofread.
/ Denna sida har aldrig korrekturlästs.
I 72
„Ik zou er wel zooveel van verstaan, dat ze praatten
over iemand, die gestolen heeft. En als dan allen
begrijpen, dat ze niets meer van dien dief daar te
zien zullen krijgen, gaat de menschenmassa uiteen en
ik loop door. Nu moet ik alleen nog 't donkere
poortgewelf door en dan ben ik op de tempelplaats ;
maar ik ben er zeker van, dat juist, als ik over een
kind zal stappen, dat midden op de straat ligt te
slapen, dan steekt een jongen zijn been uit, ik struikel
en begin in 't Zweedsch te vloeken. Ik word gruwelijk
bang, dat begrijp je, en kijk tersluiks naar de jongens,
of ze niets gemerkt hebben ; maar ze liggen even
onverschillig als daar straks en wentelen zich in
't vuil."
Gertruds hand bleef over die van Bo liggen en hij
werd daar zoo gelukkig door, z66 opgewekt, dat hij
alles zou kunnen zeggen en doen om haar te behagen.
Hij vond, dat 't net was, alsof hij aan een kind een
verhaaltje zat te vertellen, en hij begon er pleizier in
te krijgen, en sierde zijn verhaal op met allerlei
avonturen. „Nu zal ik die wandeling zoo mooi maken,
als ik maar kan, " dacht hij, „want dat houdt haar
bezig. Later zal ik dan wel wat bedenken om haar er
af te brengen."
„Ja, en zoo kom ik dan in den zonneschijn op
het groote, breede tempelplein," zei hij, „en ik moet
je zeggen, dat ik 't eerste oogenblik jou en den put
en 't water vergeet, dat ik halen zou."
<< prev. page << föreg. sida << >> nästa sida >> next page >>
Project Runeberg, Mon Feb 23 02:48:19 2026
(aronsson)
(download)
<< Previous
Next >>
https://runeberg.org/jeruzalem/2/0184.html