Full resolution (JPEG)
- On this page / på denna sida
- II
- Barbro Svensdochter
<< prev. page << föreg. sida << >> nästa sida >> next page >>
Below is the raw OCR text
from the above scanned image.
Do you see an error? Proofread the page now!
Här nedan syns maskintolkade texten från faksimilbilden ovan.
Ser du något fel? Korrekturläs sidan nu!
This page has never been proofread.
/ Denna sida har aldrig korrekturlästs.
226
„Ik heb die oude historie natuurlijk ook wel gehoord,
maar nooit, tot vandaag toe, heb ik geweten, dat die
iets met mij te maken had."
„'t Was ellendig, dat je 't hooren moest, " zei de
man, „maar dat is niets, als je 't nu maar niet gelooft."
De vrouw lachte. „Ik voel niet, dat ik een of andren
vloek draag," zei ze.
„De man dacht, dat hij zelden iemand gezien had,
die er zoo goed uitzag.
„Ik geloof wel, dat men van je zeggen kan, dat je
naar lichaam en geest gezond ben."
„Tegen de lente werd hun een kind geboren.
„Zij had zich den heelen tijd dapper gehouden en
geen onrust getoond. De man dacht dikwijls, dat ze
heelemaal vergeten had wat Stig verteld had. Wat hem
zelf betrof, na dat gesprek durfde hij niet, zooals vroeger
in zijn verdriet opgaan. Hij dacht er altijd aan, dat
hij zijn vrouw toonen moest, dat hij niet aan den vloek
geloofde, die op haar rusten zou. Hij probeerde thuis
opgeruimd te zijn en er niet uit te zien, alsof hij
Gods straf verwachtte. Hij begon zich bezig te houden
met zijn hoeve, en was behulpzaam, zooals zijn vader
geweest was.
„Ik mag er nu niet ongelukkig meer uitzien," dacht
de man. „Dan verbeeldt Barbro zich, dat ik aan dien
vloek geloof en er over treur."
„De vrouw was ongelooflijk blij met het kind. 't Was
een jongen, hij was mooi en welgeschapen, had een
<< prev. page << föreg. sida << >> nästa sida >> next page >>
Project Runeberg, Mon Feb 23 02:48:19 2026
(aronsson)
(download)
<< Previous
Next >>
https://runeberg.org/jeruzalem/2/0238.html