Full resolution (JPEG)
- On this page / på denna sida
- II
- De derwisch
<< prev. page << föreg. sida << >> nästa sida >> next page >>
Below is the raw OCR text
from the above scanned image.
Do you see an error? Proofread the page now!
Här nedan syns maskintolkade texten från faksimilbilden ovan.
Ser du något fel? Korrekturläs sidan nu!
This page has never been proofread.
/ Denna sida har aldrig korrekturlästs.
251
lang was. Zij zagen er vreeselijk uit, terwijl ze zich
zoo lieten zwaaien, dat het lange haar nu eens voor
hun gezicht, dan weer op hun rug hing. Hun oogen
werden al starrer, hun gezichten leken op die van doode
menschen, hun bewegingen werden kramptrekkingen, en
wit schuim kwam uit hun mond.
Gertrud stond op. Alle vreugde en verrukking was
gedoofd. Haar laatste hoop was dood. Ze voelde niet
anders dan diepen weerzin. Ze ging naar den uitgang,
zonder eens naar hem om te zien, dien ze zoo pas
nog voor den Verlosser gehouden had.
„'t Is toch jammer van dit land," zei Ingmar toen
ze buiten kwamen. „Wat een leeraars waren hier vroeger !
en nu geeft die man alleen onderwijs in draaien en
zwaaien als krankzinnigen. "
Gertrud antwoordde niet. Ze liep snel naar huis. Toen
ze buiten de kolonie kwamen, hief ze de lantaarn op.
„Zag je hem zoo, gistren ?" vroeg ze, en zag Ingmar
in 't gezicht met oogen, die gloeiden van toom.
„Ja," antwoordde Ingmar zonder aarzelen.
„Speet je dat zoo, dat ik gelukkig was, dat je me
hem zoo moest laten zien ?" zei Gertrud.
„Dat vergeef ik je nooit, " voegde ze er na een
poosje bij.
„Dat begrijp ik wel," zei Ingmar. „Maar dat neemt
niet weg, dat je doen moet wat je weet, dat goed is."
Zij slopen de achterpoort in. Gertrud verliet Ingmar
met een bitteren glimlach : „Je hebt je werk goed
<< prev. page << föreg. sida << >> nästa sida >> next page >>
Project Runeberg, Mon Feb 23 02:48:19 2026
(aronsson)
(download)
<< Previous
Next >>
https://runeberg.org/jeruzalem/2/0263.html